Je eerste kijkerZie ook Sterrenkijker.nl, een nieuwe website van Stichting 'De Koepel' en Stichting Universum met informatie over telescopen voor beginnende amateurastronomen.
Spiegels en lenzenEen telescoop moet twee dingen doen: het beeld vergroten, maar vooral ook veel licht opvangen. Hoe meer licht de kijker opvangt en in ons oog bundelt, des te zwakkere sterren en nevels kunnen wij zien. Dat opvangen van sterlicht gebeurt met het objectief. Dat kan een bolle lens zijn of een holle spiegel. Beide hebben dezelfde optische werking: vergelijk maar eens een (bol) vergrootglas met een (holle) scheerspiegel. Het objectief bundelt het opgevangen licht en vormt in het brandvlak een klein beeld van het object dat we waarnemen. Bij een fototoestel zit in het brandvlak de film om het beeld op vast te leggen. Bij een telescoop gebruiken we een extra 'vergrootglas' (oculair) om dit kleine beeld sterk vergroot te kunnen waarnemen. Voor lenzen geldt echter dat één enkele lens nooit een zuiver beeld geeft: net als bij een prisma en een regenboog wordt wit licht gebroken in verschillende kleuren. Om deze kleurfout op te heffen, moeten meerdere lenzen worden gecombineerd tot één systeem. Een lensobjectief bestaat uit tenminste twee lenzen. Een goed oculair bestaat ook minstens uit twee lenzen (bijv. een goedkoop Huygens-oculair), maar liever uit drie of meer (de duurdere Kellner- en orthoscopische oculairen die gecorrigeerd zijn voor kleurfouten). VergrotingDoor verschillende oculairen te gebruiken, kunnen we de vergroting van een telescoop veranderen. Hoe kleiner de brandpuntsafstand van het oculair, des te sterker de vergroting. De vergroting kunnen we eenvoudig uitrekenen door de brandpuntsafstand van het objectief (b.v. 1000 mm) te delen door die van het gekozen oculair (b.v. 25 mm). In ons voorbeeld krijgen we dan een vergroting van 1000 / 25 = 40 maal. Waak ervoor om niet te veel te vergroten. Het licht van nevelachtige objecten wordt bij sterke vergroting zo zeer uitgesmeerd, dat we ze niet eens meer kunnen zien. Bij lichtsterke objecten, zoals maan en planeten, mag u best flink vergroten om kleine details te zien. Maar voor elke kijker is er een maximale vergroting. Meer vergroten kan wel, maar is zinloos: het beeld wordt dan steeds waziger. Als vuistregel geldt dat de maximale vergroting gelijk is aan twee maal de diameter van het objectief in millimeters. Met een 6 cm (= 60 mm) kijker kan men dus maximaal 120 maal vergroten. De scherpte van het beeld wordt bepaald door de diameter van het objectief (hoe groter, hoe scherper).
Wat is beter?Bij een spiegelobjectief worden alle lichtstralen, ongeacht hun kleur, op dezelfde manier gereflecteerd. Een spiegelkijker heeft dus geen last van kleurfouten. Bovendien is een spiegel goedkoper te maken dan een even groot lensobjectief: voor een spiegel hoeft maar één oppervlak geslepen te worden, maar voor een lensobjectief tenminste vier! Toch is een spiegelkijker niet per se beter dan een lenzenkijker. Om het beeld van een spiegelkijker te kunnen waarnemen, is een hulpspiegel nodig die het beeld buiten de kijkerbuis brengt. Deze extra spiegel zit dus in de lichtweg en houdt wat licht tegen. Bovendien kunnen scherpte en contrast van het beeld nadelig worden beïnvloed. In de praktijk blijkt dat waarnemers kiezen voor de kijker die het beste past bij wat ze willen zien. Lenzenkijkers geven een hoog contrast en zijn geliefd bij planeetwaarnemers. Spiegelkijkers van dezelfde prijs kunnen een grotere diameter hebben. Daardoor vangen ze meer licht op en dat maakt ze veel geschikter om lichtzwakke neveltjes mee te bekijken. Maar u kunt er ook best planeten mee waarnemen. Ook andere overwegingen kunnen een rol spelen. Een lenzenkijker heeft een afgesloten buis. Er kan moeilijk stof inkomen en de kijker is betrekkelijk onderhoudsvrij. Veel spiegelkijkers, zoals de populaire Newtontelescoop, hebben een open kijkerbuis. Enig onderhoud is dan regelmatig nodig. MonteringEen telescoop is alleen dan bruikbaar als deze trillingsvrij staat opgesteld. Na het richten moet het beeld snel tot rust komen en ook als het waait moet de kijker nog steeds een rustig beeld geven. Het onderdeel van de kijker dat het mogelijk maakt om deze te richten, wordt meestal aangeduid als montering of opstelling. Het eenvoudigste type heeft een horizontale en een vertikale as, net als een fotostatief. Astronomen noemen dit een azimutale montering. Zo'n kijker is eenvoudig te richten op iedere positie aan de hemel. Met dit voordeel komt echter ook een nadeel: alle hemelobjecten beschrijven een boogvormige baan aan de hemel, veroorzaakt door de draaiing van de aarde. Willen we een object dus in beeld houden, dan moeten we de kijker steeds tegelijk om twee assen verdraaien. Vooral bij grotere vergrotingen (groter dan ca. 100 x), die gebruikt worden bij het waarnemen van maan- en planeten, is dit lastig. Al lang geleden hebben astronomen een oplossing gevonden voor dit probleem: door één van de twee assen evenwijdig te zetten aan de rotatieas van de aarde, hoeft de kijker tijdens het 'volgen' van een object nog maar om één as te draaien. Zo'n parallactische montering kan ook eenvoudig door een motortje worden aangedreven. Een parallactische montering is echter een stuk duurder dan een azimutale en het correct opstellen en richten van de kijker is wat omslachtiger. Kijk uit voor namaak!Soms worden in warenhuizen of postordercatalogi goedkope telescopen aangeboden. Kijk hiervoor uit! Het gaat dan zonder uitzondering om instrumenten die bedoeld zijn als speelgoed. Het objectief is vaak een enkelvoudige plastic lens en de kwaliteit van het beeld is nauwelijks voldoende om kraters op de maan te zien! Wie een kant-en-klare kijker wil kopen, moet al snel rekenen op een prijs van ca. 200 à 400 Euro voor een nieuwe eenvoudige lenzenkijker (diameter 6 à 7 cm) of Newtonspiegelkijker (diameter 11 cm). Om plezierig te kunnen waarnemen, moet niet alleen de optiek van de kijker in orde zijn, maar de kijker moet ook stevig staan opgesteld, opdat hij niet kan trillen. En ook een goede montering weegt mee in de prijs.
Schrikt u van zo'n hoge nieuwprijs, dan kunt u overwegen om een tweedehands instrument te kopen. Vaak bieden amateurs die overstappen op een groter instrument, hun oude kijker te koop aan via een kleine advertentie in een sterrenkundig tijdschrift, zoals bijv. de 'sterretjes'-rubriek in Zenit. Koop echter niet impulsief, maar spreek af dat u de aangeboden kijker kunt testen. Laat u bij die test zo mogelijk adviseren door een meer ervaren amateurastronoom. ZelfbouwEen beetje handige doe-het-zelver kan veel geld besparen. Juist de kijkerbuis en de montering kunnen op allerlei manieren zelf worden gemaakt (eenvoudig met hout en kunststof of, wat ingewikkelder, van metaal). Lens of spiegel kunnen dan voor enkele honderden guldens worden gekocht. Maar ook op de optiek kunt u besparen, door zelf een spiegelobjectief te slijpen. Over het bouwen van kijkers is veel documentatie verkrijgbaar, bijv. bij volkssterrenwachten en bij Stichting 'De Koepel' in Utrecht. Veel volkssterrenwachten organiseren ook 'slijpcursussen', waar u onder deskundige begeleiding zelf uw spiegel kunt slijpen. De eerste waarnemingAls u dan met uw nieuwe kijker voor het eerst gaat waarnemen, wees dan niet teleurgesteld als objecten er niet zo fraai uitzien als in boeken en tijdschriften. Die foto's zijn meestal gemaakt met grote professionele instrumenten. Het plezier zit hem erin dat u nu alles met eigen ogen kunt zien, ofschoon minder kleurrijk en gedetailleerd. Maar waarnemen moet u leren. Probeer eens om eenvoudige schetsen te maken. Tekenen helpt om u te concentreren, waardoor u meer details zult waarnemen. Naarmate u zelf meer ervaring krijgt, zult u merken dat u steeds meer ziet. Een kijker voor op schoolAfgelopen jaren zijn alle scholen voor HAVO en VWO begonnen met het nieuwe schoolval Algemene Natuurwetenschappen (ANW). In dit vak moeten leerlingen kennis opdoen van de methoden en samenhang in de natuurwetenschappen. Zelf doen is daarbij heel belangrijk. Met ANW komt voor het eerst sinds tientallen jaren de sterrenkunde weer terug in het onderwijs. En veel docenten stellen zich de vraag hoe ze hun leerlingen ervaring op kunnen laten doen met sterrenkundig waarnemen. Een bezoek aan een volkssterrenwacht is een mogelijkheid, maar ook een eigen schoolkijker is een aantrekkelijke optie. Voor zelfstandig gebruik door leerlingen adviseren wij een robuuste kijker, die weinig onderhoud nodig heeft. De keus valt dan op een lenzenkijker met een opening van 60 mm. Verschillende typen spiegelkijkers zijn toch kwetsbaarder dan de eenvoudige buis met lens, en 60 mm doorsnede is het minimum om op tal van objecten details te kunnen zien. Met het oog op allerlei practica is het een goed idee om deze wel parallactisch op te stellen. Met deze kijker kunnen leerlingen o.a. kraters op de maan zien, vlekken op de zon, en details op planeten als Mars en Jupiter. En dit kan allemaal vanuit de stad, waar we toch meestal wel last hebben van storende straatverlichting. Scholen die meer advies willen hebben bij de aankoop, kunnen zich wenden tot een naburige volkssterrenwacht. Meer weten?Voor advies over de aankoop van een telescoop kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met Stichting 'De Koepel', of stuur email naar info@dekoepel.nl. Dit artikel is een WWW-bewerking van een artikel uit Sterren & Planeten 2000 (en eerdere edities), een eenvoudige sterrenkundige jaargids uitgegeven door Stichting 'De Koepel' en Stichting Universum. Klik hier voor andere on-line artikelen. © 1999-2002 Stichting 'De Koepel' en Stichting Universum | |||