![]() |
Zenit in juli/augustus 2011
Bestel dit nummer voor 5,65 euro. Een witte en een rode ster'Kijk jongen', zei mijn vader, 'zie je die twee sterren? De ene schijnt wit maar de andere is oranjerood. Dat komt omdat de witte heter is dan de andere. Denk maar aan het kleurverschil tussen een elektrisch peertje en een olielamp'. Met deze herinnering als elfjarige opent prof. dr. C. (Kees) de Jager een terugblik op zijn loopbaan, ter gelegenheid van zijn 75-ste verjaardag. Hij schrijft verder dat deze uitleg van zijn vader bij hem de interesse voor sterren opwekt. Hoe kun je de temperatuur van een ster meten? Bepaald niet met een gewone thermometer, maar hoe dan wel?Met gevoel voor humor stelt Kees de Jager vast dat hij 64 jaar later nog steeds bezig is om die vraag te beantwoorden. En hoe! Op 29 april 2011 bereikte Kees de leeftijd van 90 jaar. Op onnavolgbare wijze hield hij op 20 mei van dit jaar, tijdens een mini-symposium dat ter ere van hem was georganiseerd op Texel, een wetenschappelijke verhandeling over de manier waarop de zon zijn invloed uitoefent op het aardse klimaat. Kees de Jager is een icoon voor de Nederlandse sterrenkunde én het wetenschappelijk ruimteonderzoek. Generaties wetenschappers zijn door hem opgeleid, geïnspireerd geraakt, of in zijn voetsporen getreden. Vijftig jaar geleden richtte hij het Utrechtse Laboratorium voor Ruimteonderzoek op. Daarmee werd hij ook één van de pioniers die gebruik wisten te maken van de nieuwe mogelijkheden die de ruimtevaart zou gaan bieden. Hij stond aan de basis van een reeks spraakmakende ruimte-projecten waaronder het röntgenonderzoek van de zon en van sterren. Hij wist zijn enorme wetenschappelijke kwaliteiten te koppelen aan diplomatieke gaven zodat het Nederlandse onderzoek een stevige internationale verankering kreeg. Zodoende droeg hij ook bij aan de sterke positie die Nederland vervolgens wist te verwerven op het gebied van de ruimtevaart, via onze welbekende 'nationale satellieten', en niet alleen voor de wetenschap, maar uiteindelijk ook voor de industrie. En bovendien, ... hij weet de moeilijkste zaken voor leken op een begrijpelijke manier uit te leggen. Studenten en amateurastronomen, zelfs het grote publiek, kennen Kees als een bevlogen spreker en docent. Iemand die van zijn vak houdt en er dagelijks opnieuw door geboeid raakt. Samen met prof. dr. Ed van den Heuvel, prof. dr. ir. Johan Bleeker, dr. Peter Hoyng en dr. Piet de Korte hebben wij het initiatief genomen om dit bijzonder themanummer samen te stellen. Wij zeggen hen, alsmede de talloze auteurs die zij hebben weten te recruteren voor een bijdrage, heel veel dank. In deze gecombineerde uitgave van Zenit en Ruimtevaart wordt een zestal gebieden besproken waarin Kees zijn sporen heeft getrokken. Soms een terugblik, vaker een vooruitblik, zoals Kees zelf ook reikhalzend uitkijkt naar wat morgen mogelijk is. Deze uitgave is géén compleet overzicht van het vele werk dat Kees de Jager heeft verzet. Dat zou immers een serie boeken vergen. Wij hopen dat de verschillende bijdragen veel leesplezier en nieuwe inspiratie opleveren, voor oudgedienden, jonge belangstellenden, onderzoekers en ondernemers! Gerard Cornet, Nederlandse Vereniging voor Ruimtevaart Niek de Kort, voorzitter, Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer en Sterrenkunde Inhoudsopgave317 De zonKees de Jager begon zijn wetenschappelijke carrière in het zonneonderzoek. In 1952 promoveert hij bij Minnaert op het proefschrift 'The Hydrogen Spectrum of the Sun'. Hij ontwikkelt zich al snel tot een expert met een encyclopedische kennis van zijn vakgebied, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het artikel 'Structure and Dynamics of the Solar Atmosphere' (Handbuch der Physik LII, 80-362, 1959). Dit leerboek, want zo mag je het wel noemen, was voor velen een beginpunt voor hun studie van de zon. Die zon is in de afgelopen 60 jaar niet veranderd, en Kees eigenlijk ook niet, want hij bleef altijd de nieuwsgierige student met een brede belangstelling en een kolossale werkkracht. Daarentegen is onze kennis van de zon in die periode enorm verbeterd, mede door Kees' toedoen. In dit artikel geven zes experts hun visie op enkele onderwerpen uit het moderne zonneonderzoek, met af en toe een terugblik naar het verleden. Met bijdragen van Peter Hoyng, Jørgen Christensen-Dalsgaard, Rob Rutten, Henk Spruit, John C. Brown, Frank van Beek en Rob van Dorland 327 Kees de Jager en de Sterevolutie De meeste mensen kennen Kees de Jager als een astronoom die baanbrekende bijdragen heeft geleverd op het gebied van de natuurkunde van de zon en in het ruimteonderzoek. Waarschijnlijk minder bekend is dat ook het onderzoek op het gebied van de bouw en evolutie van sterren dat plaatsvindt in Nederland -- aan de universiteiten van Utrecht, Amsterdam, Leiden en Nijmegen -- en in Belgie aan de Vrije Universiteit van Brussel, zijn oorsprong vindt in de inspirerende colleges die Kees in de jaren zestig van de vorige eeuw in Utrecht en Brussel heeft gegeven. Met bijdragen van Bert de Loore, Walter van Rensbergen, Ed van den Heuvel, John Heise, Frank Verbunt, Simon Portegies Zwart en Henny Lamers 342 Röntgensterrenkunde: inzichten na 50 jaar onderzoek Het is nu bijna vijftig jaar geleden dat de eerste kosmische röntgenbron buiten ons zonnestelsel werd ontdekt. Dit gebeurde in 1962 met een röntgendetector die werd ontwikkeld door een onderzoeksgroep van American Science and Engineering (AS&E), geleid door Riccardo Giacconi. Het instrument moest een scan van de hemel en de maan maken aan boord van een Aerobee-sondeerraket, om te onderzoeken of de maan röntgenfluorescentiestraling uitstraalt als gevolg van belichting door de zon. Die fluorescentiestraling werd niet gevonden, maar geheel onverwacht werd een sterke röntgenflux gemeten uit de richting van het sterrenbeeld Schorpioen. Bovendien bleek de gehele hemel een soort diffuse röntgengloed uit te stralen: de röntgenachtergrondstraling die, zoals we nu weten, van kosmologische oorsprong is. In volgende jaren werden talrijke raket- en ballonexperimenten uitgevoerd om dit nieuwe venster op de kosmos verder te verkennen. De eerste röntgensatelliet, wederom een initiatief van Giacconi, werd vanaf een platform voor de Keniaanse kust gelanceerd en UHURU gedoopt -- Swahili voor 'vrijheid'. Met UHURU werd het aantal gedetecteerde kosmische röntgenbronnen sterk uitgebreid en bovendien zorgden gedetailleerde waarnemingen aan een aantal heldere bronnen voor een belangrijke doorbraak in de begripsvorming. Bij een bepaalde categorie van objecten bleek de röntgenstraling afkomstig te zijn uit een nauw dubbelsysteem. Met bijdragen van Ed van den Heuvel, Johan Bleeker, Bert Brinkman, Peter Jonker, Jelle Kaastra en Frits Paerels 353 Instrumentatie voor röntgensterrenkunde Vanaf zijn ontstaan in 1961 was het Laboratorium voor Ruimteonderzoek betrokken bij waarnemingen van röntgenstraling van de hemel. Omdat de dampkring röntgenstraling niet doorlaat zijn waarnemingen alleen mogelijk vanuit ballonnen, raketten en satellieten. Met bijdragen van Johan Bleeker, Piet de Korte, Bert Brinkman, Jan Dijkstra en Marcel Bruijn 362 Internationale samenwerking Er zijn op het juiste moment en op de juiste plaats. Dat is misschien wel typerend voor de pioniers van het internationale ruimteonderzoek. Omdat het ruimteonderzoek nog relatief jong is (vijftig jaar!) hebben wij het voorrecht dat de pioniers van weleer ons nog uit eerste hand kunnen zeggen hoe het allemaal begon. Treffende herinneringen die nog heel erg levend zijn, juist omdat ze vaak zo scherp en in groot detail zijn neergezet. Het kan dus ook bijna niet anders of die herinneringen moeten ook een grote indruk hebben achtergelaten bij die pioniers zelf. Wij prijzen ons zeer gelukkig dat wij een aantal van deze herinneringen hebben kunnen verzamelen van de ruimteonderzoekers van het eerste uur, die niet alleen wetenschapper waren, maar tevens ook (amateur) diplomaat of ingenieur. Met Kees de Jager en anderen overzagen zij het hele veld van het vroege ruimteonderzoek, een tijd dat ontdekkingen letterlijk en figuurlijk een grote vlucht namen. Met bijdragen van Gerard Cornet, Roger-Maurice Bonnet, Reimar Lüst, Kees de Jager en Roald Sagdeev 369 Wetenschap voor iedereen Prof.dr. C. (Kees) de Jager is één van de weinige astronomen die ook bij het brede publiek bekendheid genieten. Vooral zijn niet aflatende en succesvolle inspanningen om -- zoals hij zelf zegt -- 'moeilijke dingen makkelijk uit te leggen' hebben geïnteresseerde leken het gevoel gegeven dat ze iets kunnen begrijpen van wat zich tussen hemel en aarde afspeelt. De kunst van het populariseren van wetenschap is ongetwijfeld mede ontwikkeld onder invloed van zijn leermeester Marcel Minnaert. Met bijdragen van Niek de Kort, Noor Kremer, Mr. Pieter van Vollenhoven, Govert Schilling, Hugo van Woerden, Mat Drummen, Eddy Echternach en Piet Smolders |
|
| Zenit start |