Kind van gescheiden ouders

Twee ontwikkelingen die het aanzien van Zenit hebben veranderd

Eddy Echternach

Wie de nieuwste Zenit van de deurmat raapt, of bij de kiosk inkijkt, zal waarschijnlijk geen seconde stilstaan bij de manier waarop dit blad wordt gemaakt. Nee, we maken u wat dat betreft absoluut geen verwijten. Het kost al moeite genoeg om al die kranten en tijdschriften te lezen, laat staan dat je je ook nog moet verdiepen in het ontstaan ervan. Maar in vergelijking met veel andere bladen is Zenit nogal bijzonder, en daar zijn we best een beetje trots op. In het kader van het 25-jarige bestaan blikken we even terug naar het begin. Het is minder dan een oogwenk in de geschiedenis van ons heelal, maar wat kan er in die korte tijd véél gebeuren!

In het 'Ten Geleide' bij het allereerste nummer van Zenit beschreef hoofdredacteur Gerton van Wageningen de ontstaansgeschiedenis van dit tijdschrift. Het was het 'kind' van twee ouders: Hemel en Dampkring, het maandblad van de Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde, en MACRO, dat werd uitgegeven door de stichting Meervoudig Amateur Centrum Ruimtewaarnemingen en Onderzoek. Het huwelijk tussen beide ouders was echter slechts een kort leven beschoren, en feitelijk werd Zenit daarmee de rechtstreekse afstammeling van Hemel en Dampkring.

(Illustratie: Jeanette Bos)

'De redactie streeft ernaar maandelijks een blad te doen verschijnen dat zijn informatie op tegelijk wetenschappelijk-verantwoorde èn aantrekkelijk leesbare manier verschaft. De redactie is daartoe samengesteld uit wetenschapsmensen, beroeps- zowel als amateurs, en vakjournalisten', schreef Van Wageningen in 1974. Niet iedereen was blij met het kind dat de eerste redactie baarde: 'Met uitzondering van het artikel over de atmosfeer rondom de maan is de inhoud waardeloos. Zelfs bekende medewerkers aan Hemel en Dampkring lieten zich blijkbaar ontkrachten door invloeden die vermoedelijk uitgaan van de zgn. vakjournalisten,' moppert H.A. van Dijk in een ingezonden brief naar aanleiding van het eerste nummer.

Nu was Zenit ook wel een héél andere weg ingeslagen dan men van Hemel en Dampkring gewend was. Wat bijvoorbeeld onmiddellijk opviel was de betrekkelijk geringe hoeveelheid tekst. Sommige artikelen waren niet veel langer dan één of twee bladzijden, en bestonden dan soms ook nog voor meer dan de helft uit illustraties.

Nu viel het ­ zeker in die tijd ­ niet mee om met bescheiden middelen en een slechts uit vijf personen bestaande redactie een geïllustreerd maandblad op de markt te zetten. Zelfs al laat je de opmaak aan een gerenommeerd grafisch bedrijf over, dan nog blijft er genoeg te doen. Je bent eigenlijk voortdurend met drie nummers tegelijk bezig: het nummer dat in het eindstadium zit en zijn laatste drukproef doormaakt, het nummer waarvan het materiaal naar de drukker moet worden gestuurd en het nummer waarvoor je bezig bent de teksten en illustraties te verzamelen. En als dit nou netjes in chronologische volgorde zou kunnen gebeuren....meestal lopen de werkzaamheden kriskras door elkaar heen. Het is en blijft jongleren met teveel ballen.

Kinderziekten

Nadat Zenit in dat eerste jaar in recordtijd alle kinderziekten had doorstaan, lag er in 1975 eigenlijk een heel ander tijdschrift. In veel opzichten lijkt die tweede jaargang al sterk op het huidige blad. En zowaar komen we in het maart-nummer ook de naam van het nieuwe redactielid G.W.E. Beekman tegen. George zou later dat jaar de taak van invaller Mat Drummen ­ die directeur van Stichting 'De Koepel' werd ­ overnemen, en is sindsdien onafgebroken bij de totstandkoming van Zenit betrokken geweest, een prestatie waarvoor je eigenlijk een aparte rubriek in het Guinness recordboek zou moeten creëren. Het is opmerkelijk dat Zenit sinds dat roerige begin slechts drie andere hoofdredacteuren heeft gehad. George Beekman werd opgevolgd door Govert Schilling, vervolgens door ondergetekende, en dan was er tussendoor nog Edwin Mathlener. Edwin was naar Zenit-maatstaven 'slechts' drie jaar hoofdredacteur ­ je zou bijna de neiging hebben hem een 'tussenpaus' te noemen ­ maar onder zijn leiding is de opzet van het blad aanzienlijk gemoderniseerd.

Ook vrijwel alle gewone redactieleden ­ ik gebruik hier bewust het woord 'gewone' en niet 'normale' ­ zijn het blad opvallend trouw gebleven. U kunt hun namen vinden in de stapel van 265 tijdschriften die tot nu toe zijn verschenen. Geheel belangeloos hebben zij en de vele auteurs dit tijdschrift al die tijd gedragen. Belangeloos, want veel meer dan de eer is er niet mee te verdienen: van substantiële redactie- en auteursvergoedingen is geen sprake.

Maar deze grote loyaliteit is niet de enige reden dat Zenit de tand des tijds heeft doorstaan. Er zijn zeker twee ontwikkelingen geweest die de overlevingskans van dit kleine tijdschrift hebben vergroot, een wetenschappelijke en technologische. We blikken even terug naar 1988. Bij de 'wisseling van de wacht' schrijft Govert Schilling in het aprilnummer van dat jaar: '...ik moet zeggen dat achteraf is gebleken dat ik het astronomische tij meehad, met de nasleep van de Voyager-vluchten langs Saturnus, het IRAS-project, de verschijning en het onderzoek van komeet Halley, de Uranuspassage van Voyager 2 en de heldere supernova 1987a.' Het was inderdaad een fraai rijtje verschijnselen dat Govert te verwerken kreeg. Maar ik heb stellig de indruk dat de tien jaren die volgden alleen nog maar spectaculairder waren: de Neptunuspassage van Voyager 2, maar liefst twee heldere kometen waarbij de verschijning van Halley in 1986 geheel verbleekte, een zonnevlekkenmaximum met prachtige poollichten, de grote inslagen op de planeet Jupiter in 1994, de lancering van tal van succesvolle satellieten als SOHO, ISO, COBE, enz., de ontdekking van planeten en stofschijven bij andere sterren, de gammaflitsen en last but not least het grote succes van de Hubble-ruimtetelescoop. Had Govert Schilling het astronomische tij mee, de laatste jaren waren een echte springvloed!

Geef dat kind een Apple!

Ook het technologische tij had Zenit mee. In de jaren tachtig vond namelijk de opkomst van de personal computer plaats ­ inderdaad, zo kort geleden pas. Nu waren de meeste pc's aanvankelijk niet veel meer dan veredelde spelletjescomputers (Commodore 64) of saaie kantoormachines (XT's, AT's en ga zo maar door). Er was echter één computer die zich door zijn grafische mogelijkheden al in een vroeg stadium onderscheidde van de rest: de Apple Macintosh.

Wie midden jaren tachtig heeft besloten dat Stichting 'De Koepel' met 'Macjes' zou gaan werken, weet ik niet. Maar het was een gouden greep. De Mac raakte in grafische kringen al snel ingeburgerd, waardoor het productieproces van Zenit in rap tempo kon worden gestroomlijnd. Eerst beperkte zich dat nog tot het aanleveren van 'gecodeerde' teksten, die gemakkelijk in stroken opgemaakte tekst konden worden omgezet. Maar niet veel later konden al compleet opgemaakte pagina's naar de drukker worden gestuurd, inclusief gescande illustraties. Met name dat laatste betekende een enorme kostenbesparing (én meer werk voor de toch al overbelaste hoofdredacteur, maar dat terzijde). Daarbij kwam nog dat, toen de saaie kantoormachines eindelijk het gebruiksgemak van de Mac benaderden, er een goede voedingsbodem voor het Internet ontstond. (Of was het andersom, wie zal het zeggen?) Plotseling werd het mogelijk om ­ indien nodig ­ berichten en foto's van recente ontdekkingen al binnen twee weken in gedrukte vorm te verspreiden. En bovendien kon nu vrijwel instantaan met auteurs overal op aarde worden gecommuniceerd ­ handig, want sterrenkundigen reizen wat af!

Zenit digitaal?

Als je het productieproces van tien jaar geleden vergelijkt met dat van nu, dan is er enorm veel veranderd. Theoretisch zou je Zenit nu kunnen maken zonder dat er in het redactiestadium een vel papier aan te pas komt. Nu al worden sommige artikelen in elektronische vorm ontvangen en verwerkt, waarna ze pas in het drukproefstadium voor het eerst op papier worden gezet. Deze snelle verwerkingsmethode heeft natuurlijk ook nadelen: drukfoutjes sluipen veel sneller door de mazen van het net heen.

Extrapoleren is een gevaarlijke bezigheid. Maar als deze ontwikkeling zo doorzet, zou zij wel eens het einde van de papieren Zenit kunnen betekenen. Want het is niet ondenkbaar dat de inhoud straks elektronisch naar uw pc wordt gezonden. Eigenlijk gebeurt dat al een beetje, want menig belangstellende heeft de website van Zenit al gevonden.

Waarom zou het trouwens bij maandelijks verspreiden moeten blijven? Een dagelijkse nieuwsservice behoort ook tot de mogelijkheden. En wie weet wordt Zenit over tien jaar als een lange reeks enen en nullen rondgestuurd. Eerlijk gezegd hoop ik dat als hoofdredacteur niet meer mee te maken: die floppies, cd-roms en dvd's staan veel minder leuk in mijn boekenkast!

© 1998 Stichting 'De Koepel'.