Zenit in mei 2009

Voorkant Zenit mei 2009  
Bij de voorplaat: 
Er was een tijd waarin gedreven amateurastronomen belangrijke ontdekkingen deden. De instrumenten die ze gebruikten waren vaak groter dan die van hun 'professionele' collega's en eigenlijk was het verschil tussen 'amateur'en 'professioneel' vaak erg klein. Een van deze professionele amateurs was William Parsons, beter bekend als Lord Rosse. Hij bouwde in 1845 op zijn landgoed in Ierland een enorme telescoop met een spiegel van 183 centimeter. Hij ontdekte onder meer de spiraalstructuur van diverse sterrenstelsels en trad met zijn kijker in de voetsporen van Messier en William Herschel. De kijker van Lord Rosse bleef de grootste ter wereld totdat in 1917 werd gestart met de bouw van de Hooker-telescoop met een spiegel van 250 centimeter. (Foto: Walter Yund).
Zie pagina 212 en verder.


212    Amateurtelescopen door de jaren heen

Harrie Rutten
De sterrenkijkende amateur was er eerder dan de professionele sterrenkundige waarnemers. De Italiaanse wiskundige Galileo Galilei keek als eerste met een optisch instrument naar de hemel; gewoon uit nieuwsgierigheid en zonder bedoelingen. Hij deed met zijn kleine, gebrekkige telescoop voor die tijd opzienbarende ontdekkingen en dat was voor hem de aanleiding om een waarnemingsplan te maken. Met dat plan was de professionele, instrumentele sterrenkunde geboren. In de eeuwen die volgden waren er niet alleen professionele gebruikers van telescopen, maar ook veel amateurs die tot wereldroem kwamen.

217    Een infrarode kijk op stoffige sterren

Joris Blommaert en Hans van Winckel
Sterren produceren aan het einde van hun leven grote hoeveelheden stof, dat door de stellaire wind uiteindelijk belandt in interstellaire wolken. Met behulp van de infraroodsatelliet Spitzer bestuderen we de verschillende soorten stof die rond deze sterren gevonden worden. We onderzoeken niet alleen de laatste fasen in een sterrenleven maar willen tevens inzicht krijgen in hoe het gas van een sterrenstelsel steeds verder verrijkt wordt met zwaardere elementen.

222    De S5T: een moderne Hollandse kijker

Frans Snik
Vierhonderd jaar na de Nederlandse uitvinding van de telescoop lijken de meeste wetenschappelijke telescopen helemaal niet meer op de eerste exemplaren. De kleine buizentelescopen met een objectieflens zijn vervangen door gigantische spiegeltelescopen. De nieuwe telescoop S5T (afkorting voor Small Synoptic Second Solar Spectrum Telescope), die ontwikkeld wordt aan het Sterrenkundig Instituut Utrecht, gaat weer terug naar de basis: een kleine refractor met een enkelvoudige lens van vijf centimeter, gespecialiseerd in nauwkeurige metingen van zwakke magneetvelden op de zon: de verwachtingen zijn hooggespannen.

Verder in dit nummer

228    De maan in stereo

234    Extreme droogte in Argentinië

237    Korte berichten met onder meer een korte terugblik op de Nationale Sterrenkijkdagen

240    Amateursterrenwachten in Nederland en België

248    Het weer

250    Amateurs actief: De teleurstellende verschijning van komeet Lulin

254    Deepsky: Messier 51, de Draaikolknevel (2)

256    Agenda

258    Sterretjes