De dageraad van het nieuwe millenniumTerug naar Zenit

Rob van Gent & Ed van der Zalm (uit: Zenit, december 1999)

Ongetwijfeld hebben vele lezers van dit nummer nu al besloten waar zij de wisseling van de komende Oudejaarsavond en Nieuwjaarsdag zullen vieren. Aan het einde van dit jaar, als de datumaanduiding van 31-12-1999 naar 1-1-2000 springt, zal immers volgens velen de volgende eeuw en tevens het nieuwe millennium worden ingeluid. Hoewel strikt genomen de 21ste eeuw (en het derde millennium) van de christelijke jaartelling pas één jaar later begint (op 1 januari 2001), zal het overgrote deel van de mensheid het moment waarop zij de drie negens in drie nullen zien veranderen als een van de meest onvergetelijke momenten van hun leven willen ervaren. Maar op welke plaats op aarde is dit moment voor het eerst te ervaren?

Tussen alle voorbereidingen van millenniumfeesten over de gehele wereld door, heeft zich in de afgelopen jaren in het zuidwestelijke deel van de Stille Oceaan een merkwaardige discussie afgespeeld over de vraag waar ter wereld de aanvang van het nieuwe millennium of het eerste zonlicht van het jaar 2000 aanschouwd zal worden. Diverse eilanden adverteren zich, met het oog op een korte maar lucratieve toestroom van 'millenniumtoeristen', als de uitverkoren plaats op aarde waar deze gebeurtenis het eerst zal plaatsvinden.
In deze wedloop kan men een onderscheid maken tussen de landen die beweren dat middernacht, de overgang van Oudejaarsavond naar Nieuwjaarsdag als de champagnekurken moeten knallen, bij hen als eerste zal optreden en de landen die beweren dat het eerste zonlicht van het nieuwe millennium bij hen te zien zal zijn.

Waar treedt de eerste middernacht van 2000 op?

Onder de eerste categorie van kandidaten zou je alle gebieden kunnen rekenen die net ten westen van de Internationale Datumgrens liggen en die een zonetijd aanhouden die 12 uur vooruit loopt op Greenwich: daar zal immers middernacht van het nieuwe millennium precies een halve dag vóór die van Greenwich optreden, ofwel om 12:00 UTC (Coordinated Universal Time) van 31 december 1999. Sommige delen van Nieuw-Zeeland (de zogeheten 'Dependencies') hanteren echter een zonetijd van 12 uur en 45 minuten, die in de winter (als het zomer op het zuidelijk halfrond is) nog eens met een uur vermeerderd wordt. Daar zal middernacht van het nieuwe millennium dus al om 10:15 UTC (31 december 1999) optreden.
In hun ijver om nog vóór de Nieuw-Zeelanders het nieuwe millennium in te gaan, hebben enkele eilanden in de Stille Oceaan aangekondigd dat zij hun gebruikelijke tijdzone (van +12 uur)[1] eenmalig zullen aanpassen om het gewenste resultaat te bereiken. Zo kondigde de regering van Tonga in januari 1996 aan dat zij vanaf eind 1999 een nog meer naar het oosten gelegen tijdzone (equivalent met +13 uur) zal aannemen en daarbij ook nog zomertijd zal invoeren, zodat middernacht (en ook die van het nieuwe millennium) daar twee uur eerder dan gebruikelijk zal plaatsvinden, ofwel om 10:00 UTC (31 december 1999). Deze eenmalige regeling duurt van 2 oktober 1999 tot 14 april 2000.

Waar vindt de eerste zonsopkomst van 2000 plaats?

De vraag waar het eerste zonlicht van 1 januari 2000 direct kan worden gezien, impliceert dat er een periode van duisternis aan vooraf moet zijn gegaan, ofwel dat er een echte 'zonsopkomst' moet worden waargenomen. Hiermee valt het gehele gebied ten zuiden van de breedtegraad -66° 03', dat vrijwel het hele werelddeel Antarctica omvat, al direct buiten beschouwing. Hier ? in de zomer op het zuidelijk halfrond ? heerst dan immers de lange pooldag, waarbij de zon niet opkomt of ondergaat maar 24 uur per dag boven de horizon langs de hemel blijft cirkelen. Daar is natuurlijk overal in de meest oostelijke tijdzone ten westen van de Internationale Datumgrens de zon te zien als Nieuwjaarsdag van 2000 (om 12:00 UTC op 31 december 1999) intreedt.[2]
Verder kan men nog een onderscheid maken tussen locaties op zee en op het land en bij laatstgenoemde tussen gebieden die niet bewoond en niet toegankelijk zijn en gebieden die dat wel zijn (met het oog op de bereikbaarheid voor millenniumtoeristen). Aan dit laatste (en meest belangrijke) aspect van dit vraagstuk is uitvoerig aandacht besteedt door een viertal Nieuw-Zeelandse geografen, die hun bevindingen in 1997 in het novembernummer van de Geographical Journal van het Brits Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap publiceerden. Hiermee hoopten zij ? naar zou blijken ten onrechte ? de bewering te kunnen staven dat de eerste zonsopkomst van het nieuwe millennium op het grondgebied van Nieuw-Zeeland zou plaatsvinden.
De vraag waar op aarde men op 1 januari 2000 voor het eerst het licht van de opkomende zon kan zien, is minder eenvoudig te beantwoorden dan het lijkt. Het berekenen van het moment van zonsopkomst voor een locatie met gegeven geografische lengte (l) en breedte (f) lijkt een simpele opgave, maar de interpretatie wordt bemoeilijkt door de invloed van verschillende tijdzones en het grillige verloop van de Internationale Datumgrens. De hiervoor benodigde formule luidt:
T(UTC) = (12h - l/15) + ET(T) - arccos ((sina - cosd(T)cosf)/(sind(T)sinf))/15
Hierbij zijn ET en d de momentane waarden voor de tijdsvereffening (het verschil tussen ware en middelbare zonnetijd) en de declinatie van de zon. En ten slotte stelt a de hoogte van het middelpunt van de zon tijdens opkomst voor, gemeten ten opzichte van de geometrische horizon. Gemakshalve wordt deze vaak op 0° gesteld, maar bij nauwkeurige berekeningen dient men rekening te houden met de schijnbare diameter van de zon en met het gecombineerde effect van 'kimduiking' en straalbreking in de aardatmosfeer. Een goede benadering voor deze correctie wordt gegeven door de formule:
a(°) = -0,8333 - 0,0353÷H(m)
Hierbij geeft H de hoogte van het oog boven zeeniveau in meters. Een waarnemer op een duintop zal de zon immers net iets eerder zien opkomen dan een waarnemer op het strand. Desgewenst kan een waarnemer de afstand tot de horizon op zee schatten met behulp van de formule:
D(km) = 3,92 ÷H(m)
Bij dit alles moet men overigens wel bedenken dat de bovengenoemde constanten voor gemiddelde atmosferische omstandigheden gelden. In de praktijk hangen zij af van de temperatuur en de luchtdruk en onder extreme situaties, zoals die zich kunnen voordoen in woestijnen en poolgebieden, kunnen zij sterk van het gemiddelde afwijken. Een bekend voorbeeld hiervan is het zogeheten 'Nova Zembla-effect', dat voor het eerst werd beschreven in 1597. De overwinteraars in het Behouden Huis op Nova Zembla bemerkten toen dat de eerst waargenomen opkomst van de zon na de poolnacht zo'n twee weken eerder plaatsvond dan voorspeld was.
De hierboven afgeleide tijdstippen worden opgegeven in Coordinated Universal Time (UTC). De lokale tijd vindt men door optelling van de tijdzone Z (eventueel vermeerderd met een uur vanwege de zomertijd). Vooral de keuze van deze laatste parameter is cruciaal geweest voor de discussie die zich in de zuidwestelijke Stille Oceaan heeft afgespeeld. Hoewel voor elke locatie het tijdstip van zonsopkomst gemeten in UTC vastligt, kan men de tijdzone zodanig kiezen dat de lokale tijd vervroegd wordt. Wel dient men zich natuurlijk ten westen van de Internationale Datumgrens te bevinden om te kunnen meedingen. Maar waar ligt die grens nu precies?

Datumgrens op drift

Het was Antonio Pigafetta, de chroniqueur van de eerste omzeiling van de aarde onder leiding van Ferdinand Magelhaen van 1519 tot 1522, die eerst melding maakte van een geheimzinnige datumsprong die tijdens de reis was opgetreden. Tijdens het laatste deel van de lange reis bemerkte men dat de datum zoals die nauwkeurig was bijgehouden in het reisjournaal steeds één dag eerder viel dan die in de havenplaatsen die door de schepen werden aangedaan.
De verklaring hiervoor werd pas gevonden toen men zich realiseerde dat men, alsmaar westwaarts varend, de zon was nagereisd en zo een hele dag had 'verloren'. Zoals bekend maakte de Franse avonturenschrijver Jules Verne eeuwen later handig gebruik van dit gegeven in zijn verhaal Le Tour du Monde en Quatre-Vingt Jours (1873), toen de steeds maar oostwaarts reizende Phileas Fogg bij zijn thuiskomst nog net op tijd tot de ontdekking kwam dat hij ongemerkt een dag (en dus ook zijn weddenschap) gewonnen had.
In de eerste helft van de negentiende eeuw liep de datumgrens nog zeer grillig over de wateren van de Stille Oceaan (zie figuur 1). Dit was het gevolg van de ontdekkingsgeschiedenis van dit gebied door Europese zeevaarders. Oostwaarts varende reizigers, zoals de Portugezen en na hen de Hollanders, Fransen en Engelsen, hielden in hun reisjournalen vanzelfsprekend de dagtelling van hun vaderland aan en deze werd ook door de zich daar vestigende kolonisten aangehouden. De Spanjaarden, die via de Nieuwe Wereld de Stille Oceaan in westwaartse richting verkenden, deden natuurlijk hetzelfde. Zo hield men bijvoorbeeld in het begin van de negentiende eeuw in Celebes de 'Aziatische Tijd' aan, terwijl op de door Spanje beheerde Filippijnen (op nagenoeg dezelfde geografische lengte) de 'Amerikaanse Tijd' werd aangehouden.

1. De ligging van de Internationale Datumgrens in de tweede helft van de 19de en het begin van de 20ste eeuw (ontleend aan Van der Bilt, 1932, 1933).
 

Deze situatie veranderde pas toen het koloniaal bestuur van de Filippijnen zich naar de 'Aziatische Tijd' richtte en maandag 30 december 1844 meteen liet volgen door woensdag 1 januari 1845. De omgekeerde situatie deed zich voor in 1867, toen het door Rusland beheerde Alaska werd overgenomen door de Verenigde Staten. Toen versprong daar de datum van vrijdag 6 oktober naar vrijdag 18 oktober (12 dagen er bij vanwege de overgang naar de Gregoriaanse kalender vermeerderd met nog een dag vanwege de dagwisseling en één dag er af vanwege de verplaatsing van de datumlijn). En toen in 1892 de eilandengroep van Samoa van de 'Aziatische Tijd' naar de 'Amerikaanse Tijd' overging, werd de 4de juli, de dag van de overgang en de feestdag van de Amerikaanse Onafhankelijksverklaring, twee keer gevierd.
Gedurende enige tijd werd ter hoogte van de uitgerekte eilandenketen van Hawaï nog een kleine westwaartse uitstulping in de Internationale Datumgrens aangebracht, om de twee kleine eilandjes Morrell en Byers die op negentiende-eeuwse zeekaarten waren aangetekend dezelfde tijdzone als die van Hawaï te geven. Pas in 1910, toen onomstotelijk vaststond dat de eilandjes niet bestonden, werd de datumgrens op die plaats rechtgetrokken.
Anders dan men zou denken is de precieze ligging van de Internationale Datumgrens door geen enkele officiële instantie vastgelegd. Toen tijdens de Internationale Meridiaan Conferentie van 1884 in Washington unaniem werd besloten om de meridiaan van de Engelse Koninklijke Sterrenwacht te Greenwich voortaan als de nulmeridiaan aan te houden, werd opgemerkt hoe handig deze keuze was omdat de 180ste meridiaan ? waar formeel de datumgrens zou moeten liggen ? daardoor vrijwel geheel over zee zou lopen. Toch werd destijds en ook nadien nooit een bindende afspraak gemaakt om het precieze verloop van de datumgrens vast te leggen. Een nadere inspectie van enkele belangrijke cartografische bronnen uit deze eeuw leert al snel dat in elk van hen de datumgrens net weer iets anders wordt weergegeven (zie Tabel 1).


De meest recente wijziging van de Internationale Datumgrens werd enkele jaren geleden ingevoerd door Kiribati, een sinds 1979 onafhankelijke republiek binnen het Britse Gemenebest. Deze eilandengroep in de Stille Oceaan (die onder andere de bekende Gilbert Eilanden omvat) bestaat uit zo'n 33 kleine atollen, verspreid over een gebied van 5 miljoen vierkante kilometer, die tezamen een landoppervlakte van slechts 717 vierkante kilometer beslaan. Slechts zo'n twintig eilandjes zijn bewoond, met in totaal zo'n 85 duizend zielen.
De datumgrens die de eilandengroep ? om historische redenen ? middendoor deelde, werd als zeer hinderlijk voor de economie ervaren. Het westelijke deel van de bevolking liep hierdoor steeds 24 uur vóór op die op het oostelijke deel, zodat er slechts vier dagen in de week waren waarop de officiële instanties in beide delen tegelijkertijd aan het werk en bereikbaar waren. Om aan deze ongelukkige situatie een einde te maken, kondigde Teburoro Tito, de pas gekozen president van Kiribati, op 1 januari 1995 aan dat de datumgrens voortaan via een grillig veelhoekig pad langs de oostelijke grens van de eilandengroep zou lopen.
Pas daarna schijnt men te hebben beseft dat de oostelijke eilanden daarmee ook een van de mededingers voor de eerste zonsopkomst in het nieuwe millennium zouden worden. Het oostelijk deel verhuisde immers van 'gisteren' naar 'vandaag' en zou nu dus ook het eerste daglicht van het jaar 2000 (kunnen) aanschouwen.
Hiermee verkreeg de Internationale Datumgrens, die in de loop der jaren steeds rechter was gaan lopen, echter weer een nogal geprononceerde uitstulping naar het oosten. De zo gewijzigde ligging van de Internationale Datumgrens is nog maar op weinig recente wereldkaarten te zien. (Op het web zijn de wijzigingen wel te vinden, onder meer op <http://www.worldtimezone.com>.)

2. Overzichtskaart van de Stille Oceaan met de tijdstippen van zonsopkomst voor de eerste dag van het nieuwe millennium (opgegeven in UTC, zodat deze nog alle op 31 december 1999 vallen).


De eerste zonsopkomsten

In Tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de astronomisch berekende eerste zonsopkomst in het nieuwe millennium voor een aantal specifieke locaties in the Stille Oceaan, waarbij de tijdstippen zijn opgegeven in UTC en in lokale tijd.[3] De figuren 2 en 3 geven in grafische vorm hetzelfde overzicht voor de Stille Oceaan en het oostelijk deel van Antarctica.

Uitgaande van de eerdergenoemde definitie dat er sprake moet zijn van een 'zonsopkomst' boven land zal het first light van het nieuwe millennium omstreeks 15:08 UTC op 31 december 1999 plaatsvinden langs de oostelijke rand van de Dibble-ijsbergtong voor de kust van Wilkesland op ongeveer 135 graden oosterlengte en 66 graden zuiderbreedte. De benaming 'land' is hier natuurlijk niet helemaal juist, omdat het in feite om de dikke ijskap gaat die geheel Antarctica bedekt.

3. Overzichtskaart van oostelijk Antarctica met de tijdstippen van zonsopkomst voor de eerste dag van het nieuwe millennium (opgegeven in UTC, zodat deze nog alle op 31 december 1999 vallen).
 

Volgens de tabel zijn de eerste eilanden met een min of meer langdurige bewoningsgeschiedenis waar men de zon het eerst ziet opkomen het Caroline-atol, gelegen in het meest zuidoostelijke deel van de Republiek Kiribati. Daar zal de zon omstreeks 15:43 UTC de horizon beroeren (zie figuur 4). Pas daarna komen de Chatham Eilanden, die bij Nieuw-Zeeland horen, aan de beurt. Bij het meest oostelijk gelegen eiland hiervan, Pitt Island, zal zonsopkomst vanaf de 231-meter hoge Hakepu Hill omstreeks 16:00 UTC plaatsvinden. De drie nog zuidelijker gelegen Balleny Eilanden (Sturge, Buckle en Young) in het Balleny Bassin voor de kust van Antarctica, vallen af omdat zij net binnen het gebied liggen waar tijdens de eeuwwisseling de pooldag heerst.[4]


4. Detailkaart van de meest zuidoostelijke eilanden in de Kiribati-eilandengroep waar de eerste zonsopkomst van het nieuwe millennium, gemeten in UTC, op land plaatsvindt.

Degenen die niet zover willen reizen, kunnen vanuit Nederland de eerste zonnestralen van het jaar 2000 vanaf de Vaalserberg op het Drielandenpunt (6° 01' Oost, 50° 45' Noord, h = 321 m) waarnemen rond 7:33 UTC of 8:33 MET. Op Belgisch grondgebied zal men de eerste stralen van de eerste zonsopkomst in het jaar 2000 kunnen waarnemen op de Belgisch-Luxemburgse grens, halverwege Athus en Hautcharage (5° 52' Oost, 49° 35' Noord) rond 7:29 UTC of 8:29 MET.
En degenen die liever in de tijd terugkijken en het afscheid van de twintigste eeuw zwaar valt, zullen naar de zuidwestelijke stranden van Savai'i (Samoa) moeten afreizen, waar de laatste ondergang van de zon in 1999 plaatsvindt op 1 januari 2000, omstreeks 6:02 UTC. Voor de thuisblijvers vindt de laatste zonsondergang van deze eeuw op Nederlands grondgebied ruim een halve dag eerder plaats bij de Nederlands-Belgische grens op het strand tussen Cadzand-Bad en Knokke (3° 22' Oost, 51° 23' Noord) rond 15:48 UTC of 16:48 MET. Onze zuiderburen kunnen hetzelfde waarnemen bij de Frans-Belgische grens op het strand tussen Duinhoek en Bray-Dunes (2° 33' Oost, 51° 05' Noord) rond 15:53 UTC of 16:53 MET.

5. Overzichtskaart van de Benelux met de tijdstippen van de eerste zonsopkomst van het nieuwe millennium (opgegeven in MET op 1 januari 2000). De tijdstippen zijn berekend voor zeeniveau; met name in de Ardennen zullen deze vanwege de hoogteverschillen met enkele minuten vervroegd moeten worden.

 

Noten

1. In deze beschouwing worden zowel geografische lengten en tijdzones ten oosten van Greenwich als positief gerekend.
2. Voor Antarctica zijn de gebruikelijke standaard tijdzones aangehouden: dus +12 uur voor lengtes tussen +172° 30' en +180°, +11 uur voor lengtes tussen +157° 30' en +172° 30', etc.
3. De lokale tijd is gecorrigeerd voor de zomertijd (die op het zuidelijk halfrond in de winter geldt) naar de meest actuele gegevens ontleend aan <http://www.worldtimezone.com> en <http://www.timeanddate.com>.
4. Young Island, de noordelijkste van deze drie, reikt tot -66° 13', zodat er vanaf de noordelijkste punt bij uitzonderlijke atmosferische omstandigheden een zonsondergang mogelijk is die onmiddellijk gevolgd wordt door een zonsopkomst. Deze zou dan rond 13:23 UTC (0:23 lokale tijd) kunnen plaatsvinden.
 
 

Literatuur


[Anon.], 'Notes on the History of the Date or Calendar Line', The New Zealand Journal of Science and Technology 11 (1929/30), 385-388.
Bilt, J. van der, 'Standaard-Tijd en Datum-Lijn', Hemel en Dampkring 30 (1932), 33-37.
Bilt, J. van der, De Astronomische Hemelverschijnselen (W.J. Thieme & Cie, Zutphen, 1933), pp. 103-106.
Danckelman, A. von, 'Die Datumsgrenze und die deutschen Schutzgebiete im Grossen Ozean', Verhandlungen der Gesellschaft für Erdkunde zu Berlin 17 (1890), 526-529.
Gleuns, W., 'Over tijd en tijdsverdeeling en meer in't bijzonder over de dagtelling', Album der Natuur (1870), 143-160 & 352.
Hanna, N., The Millennium: A Rough Guide to the Year 2000 (Rough Guides Ltd., Londen, 19992).
Howse, D., Greenwich Time and the Longitude (Philip Wilson, Londen, 1997).
Knight, R., The Millennium Guide: Parties, Events & Festivals Around the World (Trailblazer Publications, Hindhead, 1998).
Lechner, P.D., Blain, P.A., McWhirter, N.D. & Kristament I.S., 'An Assessment of where People will witness the First Sunrise of the New Millennium', The Geographical Journal 163 (1997), 251-258.
Leigh-Browne, F.S., 'The International Date Line', The Geographical Magazine 14 (1942), 302-306.
Stommel, H., Lost Islands: The Story of Islands that have Vanished from Nautical Charts (University of British Columbia Press, Vancouver, 1984).

Klik hier voor andere on-line artikelen.

© 1999 Stichting 'De Koepel'.