Zenit in september 2007

Voorkant Zenit september 2007  
Bij de voorplaat: 
Deze reeks röntgenbeelden van de zon is gemaakt met de Japanse Yohkoh-satelliet. De zon is uiteraard de meest onderzochte ster, maar hoe uniek is zij? Daar zijn sterrenkundigen de laatste veertig jaar wel achtergekomen: hoewel er een paar andere sterren zijn gevonden die veel op de zon lijken, is een echte dubbelganger nog steeds niet opgespoord. En het ziet er ook niet naar uit dat daar snel verandering in komt. (Foto: ISAS/NASA)
Artikel op blz. 384 e.v. en de Terugblik op blz. 403.


384    De jacht op de beste dubbelganger(s) van de zon

George Beekman
Welke ster lijkt het meest op de zon? Astronomen zoeken al meer dan veertig jaar naar de beste dubbelganger, die zich in geen enkel opzicht van de zon zou mogen onderscheiden. Een honderd procent match is nog niet gevonden: de natuur vertoont ook op het gebied van sterren een bijna onbegrensd aantal variaties. De beste dubbelganger is momenteel 18 Scorpii, een nog net met het blote oog zichtbare ster in het sterrenbeeld Schorpioen. Maar hoe lang nog?

388    Echt sterrenstof: een kosmisch detectiveverhaal

Katharina Lodders
Twintig jaar geleden maakten laboratoriumonderzoekers van de universiteit van Chicago en de Washington-universiteit in Saint Louis bekend dat ze in meteorieten echt sterrenstof hadden gevonden -- mineralen die gevormd waren uit het uitgestoten materiaal van stervende sterren. Het betrof diamantjes ter grootte van een nanometer en ongeveer duizend keer zo grote deeltjes siliciumcarbide. In 1990 werden ook stellaire grafietdeeltjes ontdekt en sindsdien zijn nog vele andere mineralen van stellaire oorsprong gevonden. Het heeft vele jaren geduurd om deze mineralen in meteorieten op te sporen en te isoleren.

398    De Shapley-supercluster: de grootste massaconcentratie in het lokale heelal

Dominique Proust
Aan het einde van de achttiende eeuw merkte de sterrenkundige William Herschel in zijn Construction of the Heavens als eerste op dat er in de richting van het sterrenbeeld Coma Berenices nogal wat niet-stellaire objecten te zien waren. Hij was ervan overtuigd dat elk van deze objecten een afzonderlijk 'eilandheelal' was, vergelijkbaar met ons Melkwegstelsel, zoals dat door Immanuel Kant werd voorgesteld. Sinds de jaren tachtig van de afgelopen eeuw weten we heel wat meer over de verdeling van de materie in dat deel van ons lokale heelal. Uit grote waarneemprogramma's voor het in kaart brengen van sterrenstelsels blijkt dat het heelal tot op zeer grote schaal structuur vertoont. De grootste structuren die tot op heden zijn waargenomen, zijn de superclusters: verzamelingen van duizenden sterrenstelsels, verspreid over honderden miljoenen lichtjaren, zoals de Shapley-supercluster.

Verder in dit nummer

393    25 jaar Werkgroep Leidse Sterrewacht

402    Korte berichten

409    Requiem voor de kwikbarometer

410    Zeewind en meerwind

412    Depressie boven sneeuw

413    Zenit Digitaaal: Astromist

416    Testverslag: 100 mm verrekijkers met 45 graden inkijk

420    Amateurs actief: De bedekkende maan

424    Het weer in juni

426    Sterrenhemel

428    Agenda