![]() |
25 jaar!In 1998 was het 25 jaar geleden dat Stichting 'De Koepel' werd opgericht en zij begon met het uitgeven van het tijdschrift Zenit. Redactie en uitgever vierden dit met een symposium over voorlichting over sterrenkunde, weerkunde en ruimtevaart. Aanwezig op het symposium waren bijna 100 wetenschappers, studenten, voorlichters, journalisten, programmamakers en amateurastronomen. Sterrenkunde in het nieuwsSymposium: Communicatie over sterrenkunde, weerkunde en ruimtevaart, nu en in de toekomstHet symposium werd gehouden op zaterdag 21 november 1998 in het Minnaert Gebouw, Universiteit Utrecht, De Uithof. Foto's van het symposium staan op een aparte pagina. Programma:
Samenvattingen en biografische gegevens van de sprekersTerugblik op 25 jaar 'De Koepel' en Zenit Cornelis de Jager 25 jaar geleden werd Stichting 'De Koepel' opgericht als samenwerkingsverband van o.a. de Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde en Volkssterrenwacht Simon Stevin. Deze nieuwe stichting begon een nieuw populair tijdschrift, Zenit, als opvolger van het NVWS-blad 'Hemel en Danpkring'. Maar 'De Koepel' deed veel meer in die 25 jaar. Cornelis de Jager (1921) was hoogleraar astrofysica en ruimteonderzoek te Utrecht en Brussel. Hij onderzocht de zonneatmosfeer, zonnevlammen en op het ogenblik de hyperreuzen. Dr h.c. te Wroclaw en Parijs. Gold Medal van de Royal Astron. Society ( U.K.) ; Hale medal van de Amer. Astron. Soc. Hij stichtte het Lab. vor Ruimteonderzoek te Utrecht, was Secretaris-Buitenland van de Kon. Nederl. Akademie van Wetenschappen, Secretaris-Generaal van de Internationale Astronomische Unie; President van Cospar (internationaal ruimteonderzoek) en President van de Internationale Raad van Wetenschappelijke Unies, die alle internationale natuurwetenschappelijke organisaties overkoepelt. ESO, VLT and Public Relations Richard West Dr. West will describe the goals and means of the ESO Education and Public Relations Department, as these have developed over the recent years. This European organisation has recently put into operation the first of four giant telescopes at the Paranal observatory in the Atacama desert, accompanied by a major media campaign that has significantly increased the visibility of ESO and European astronomy, also outside Europe. In addition to "direct marketing" of scientific and technological achievements, ESO has also become much involved in various educational initiatives, mostly aimed at pupils and teachers a secondary schools. Richard M. West; Danish astronomer, born 1941, educated in Copenhagen, Assistant Professor at the Copenhagen University Observatory before joining ESO in 1970. Head of the ESO Sky Atlas Laboratory (1972 - 1989; Geneva - Munich), since 1986 Head of ESO EPR Dept. Current main research interest: minor bodies in the solar system. IAU General Secretary (1982 - 1985) and President/Chairman of various IAU Commissions and Working Groups at various times. Many research papers and popular articles. Voorlichting en PR over Sterrenkunde: Nuttig en Nodig Ed van den Heuvel De gemiddelde mens in de Westerse "beschaafde" landen heeft niet meer benul van natuurwetenschap en een kritische wetenschappelijke wijze van denken dan onze voorouders in het stenen tijdperk. Natuur- en wiskunde en technische vakken worden door zeer velen als "te moeilijk" ervaren, en allerlei vormen van pseudowetenschap tieren welig (astrologie, kwakzalverij). Sterrenkunde is bij uitstek geschikt om mensen, en in het bijzonder kinderen op een vanzelfsprekende en aanschouwelijke manier te doen kennismaken met het bestaan van regelmaat en wetmatigheden in de natuur, en langs deze weg interesse te wekken voor natuurwetenschap en de wetenschappelijke manier van denken. In deze tijden van New Age en van dramatisch teruglopende aantallen studenten in de exacte en technische vakken is publieksvoorlichting daarom meer dan ooit nodig. Voorlichting is ook van belang voor de sterrenkundigen zelf: voorlichting in de pers over nieuwe ontdekkingen zet de schijnwerper op de onderzoeksgroepen die deze ontdekkingen deden, en heeft er met name in de Verenigde Staten dikwijls toe geleid dat deze groepen meer onderzoeksgeld wisten binnen te halen. Dit alles heeft ook zijn minder plezierige kanten, die in de lezing zullen worden belicht. E.P.J. van den Heuvel (geb.1940) is hoogleraar sterrenkunde aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van het Sterrenkundig Instituut en het Centrum Voor Hoge Energie Astrofysica aldaar. Hij is tevens mede-oprichter van het Artis Planetarium in Amsterdam (1986), en uit dien hoofde lid van het Artis Bestuur. Hij is voorzitter van het Bestuur van de NWO-Stichting ASTRON te Dwingeloo, en van het bestuur van de nationale Top- Onderzoekschool Voor Astronomie NOVA. Zijn onderzoeksterrein betreft : sterevolutie, neutronensterren en zwarte gaten. In 1995 werd hem door NWO de Spinoza onderzoeksprijs toegekend. Sterrenkunde en de nieuwe media Carl Koppeschaar Carl Koppeschaar zal het ondere andere hebben over de 'spectaculaire' kant van de sterrenkundepopularisatie. Hoe vertaal je iets naar een zo groot mogelijk publiek? Succesvolle wetenschapspopularisatie is namelijk een uitgekiende dosering van feitelijke informatie, een algehele samenhang en het wegdromen over het (nog) onbekende. Het is dan ook geen wonder dat veel sterrenkundigen liefhebbers zijn van science-fiction en ook genieten van space-soaps als Star Trek. Carl Koppeschaar is wetenschapsjournalist. In de jaren zeventig studeerde hij sterrenkunde en natuurkunde in Amsterdam en versloeg het nieuws over wetenschap en techniek in Het Parool. Sinds 1976 publiceert hij in het populair wetenschappelijk maandblad KIJK en verzorgt het sterrenkundig nieuws voor maandblad Grasduinen. Carl schreef diverse (jeugd)boeken over sterrenkunde en ruimtevaart en is auteur van studieboeken op het gebied van telecommunicatie. In het buitenland geniet hij bekendheid door zijn 21ste eeuwse reisgids voor de maan en door zijn zowel Engels- als Nederlandstalige website ASTRONET. Carl is een fervent waarnemer van zons- en maansverduisteringen. Voor de Sterrengids 1999 en Sterren & Planeten 1999 verzorgde hij dan ook de achtergrondinformatie over de op 11 augustus 1999 in onze buurt optredende totale zonsverduistering. El Niño als fenomeen in de weerkunde, klimaat en voorlichting Geert Jan van Oldenborgh Het zal niemand zijn ontgaan dat er vorig jaar een El Niño aan de gang was: de grootste van de eeuw, zeker qua media-attentie. De vorige El Niño van de eeuw (1982-83) werd pas een half jaar na het begin als zodanig herkend, maar nu was dankzij een netwerk van boeien, satelietverbindingen en het Internet de situatie in de tropische Stille Oceaan van week tot week te volgen. Ook voorspellingen van de gevolgen werden met redelijk succes gemaakt, en al het slechte weer in de wereld werd aan El Niño toegeschreven. Deze overvloedige aandacht bracht ook problemen met zich mee, vooral in het vertalen van wetenschappelijke inzichten en onzekerheden naar een vorm die voor het publiek acceptabel is, zonder de waarheid geweld aan te doen of de aandacht te verliezen. Geert Jan van Oldenborgh (geb. 1961) is sinds twee jaar onderzoeker bij de sectie oceanografisch onderzoek van het KNMI, na eerst in de elementaire-deeltjes fysica gewerkt te hebben. Op het ogenblik onderzoekt hij de oorzaken van El Niño, de voorspelbaarheid er van en de gevolgen voor het weer in Europa. De afgelopen twee jaar heeft hij ook veel populair-wetenschappelijke voorlichting over El Niño en de gevolgen er van gegeven. |
| Zenit start |